You are on page 1of 14

Inleidende begrippen

Metrum: de puls van de muziek, de beat, de beklemtoonde tellen.

Ritme: De duur van de klanken.

In de schriftuur bepaalt de vorm van de notenkoppen de notenwaarde of de duur van de noten.

 open of dichte kop (3)


 een stok (verticale lijn boven of onder de kop) (2)
 waardestreep (verbindt de stokken van verschillende noten) of vlagje (1)

 punt achter de kop (verlengt de noot met de helft van haar waarde)

Het fermateteken of kortweg fermate boven of onder een noot geeft


aan dat de toon lang en vrij moet aangehouden worden.

Het koppelteken:

We gebruiken het koppelteken om twee noten met dezelfde naam te


verbinden. De 2 noten worden als 1 noot uitgevoerd.

Tempo:

De snelheid van de muziek.

In muziekpartituren wordt het tempo vaak aangeduid met een metronoomcijfer.


Dit cijfer geeft de snelheid aan: hoeveel tellen per minuut moet gespeeld worden.
Een metronoom bestaat in de klassieke versie, maar ook in elektronische – en appversie.
Vb: = 60 betekent 60 tikken per minuut.

Het tempo kan ook aangeduid worden met Italiaanse woorden:

Lento = langzaam Allegro = levendig en snel


Andante = gaande Presto = zeer snel

1
Maat:

In de muziek verdelen we het ritme in maten, wat het ritme leesbaar maakt. Elke maat sluiten we af met
een maatstreep. Het einde van een muziekstuk wordt afgesloten met een dubbele maatstreep.

Liedje met 4 tellen = een vierkwartsmaat.

Bijna alle popmuziek staat in een vierkwartsmaat. Bij popmuziek is het begin van de maat heel
gemakkelijk te herkennen. Luister naar de drums. De basdrum benadrukt gewoonlijk de eerste tel.

Een walsje is altijd in een driekwartsmaat.

De maatslag:

De maatslag is een hulpmiddeltje om door een regelmatige beweging van de arm de tellen van de maat te
ondersteunen en het tempo regelmatig te houden.

AMV L 1 volwassenen/Theorie/Samenstelling: Isolde Van der Goten Pagina 2


Dynamische tekens

Herhalingstekens (de wegwijzers in de partituur)

De noten binnen dit teken worden herhaald.

AMV L 1 volwassenen/Theorie/Samenstelling: Isolde Van der Goten Pagina 3


Gehoorvorming/ Muziek schrijven
Procedure om ritme te noteren in drie stappen

1. luister per 2 maten. Herhaal eerst luidop en dan in je hoofd.


 Tel het aantal klanken en schrijf het aantal notenkoppen op.

2. Herhaal het ritme nogmaals en klap deze keer de tellen mee.


 Schrijf nu de tellen onder de notenkoppen.
 Zet voor de tweede 1 meteen een maatstreep, zodat de maten duidelijk worden.

3. Herhaal het ritme en luister naar de duur van de noten, hoeveel noten er per tel klinken.
 Noteer de waardestrepen

Tips en truuks om een eenvoudige melodie te noteren

1. Luister eerst naar de hele melodie.


2. Let op de grondtoon (ontspanning) en de dominant (spanning)
3. Waar herken je een drieklank? Is deze stijgend of dalend?
4. Hoor je een oktaafsprong? Gaat deze naar omhoog of naar omlaag?
5. Wanneer hoor je noten die elkaar opvolgen? Stijgen of dalen ze?
6. Herken je inzetten van liedjes in de melodie?

http://www.earmaster.com/

gratis apps:

- interval recognition (marchantpeter.co.u)


- music rhythm master

AMV L 1 volwassenen/Theorie/Samenstelling: Isolde Van der Goten Pagina 4


Liedjes om intervallen te herkennen
Intervallen zijn makkelijk te herkennen als je liedjes kent die met dat interval beginnen.
Hieronder vind je een lijst van veelgebruikte intervallen en bijbehorende liedjes.

Prime (R1): (dezelfde toon)

Kleine secunde (k2)

Grote secunde (G2)

AMV L 1 volwassenen/Theorie/Samenstelling: Isolde Van der Goten Pagina 5


Kleine terts (K3)
Opzij, opzij, opzij (Herman van Veen), Greensleeves: Alas my love..., Toen onze Mop een mopje was

Grote terts (G3)


Er is een kindeke,

'Een, twee, drie, vier, hoedje van...'

AMV L 1 volwassenen/Theorie/Samenstelling: Isolde Van der Goten Pagina 6


Reine kwart (R4)

Tritonus ( O4)

Maria (Westside Story)

AMV L 1 volwassenen/Theorie/Samenstelling: Isolde Van der Goten Pagina 7


Reine kwint (R5)!!!
Stijgend: Altijd is Kortjakje ziek, Hoog in de wolken

Dalend: Ik wil deze nacht in de straten verdwalen (Wannes Van de Velde)

Kleine sixt (K6)

Stijgend: Conquest of Paradise (Vangelis),

Dalend: Love story: 'Where do I begin...'

AMV L 1 volwassenen/Theorie/Samenstelling: Isolde Van der Goten Pagina 8


Grote sixt (G6)
My Bonnie

My Way

Kleine septiem (K7)


Somewhere (Westside Story) 'There's a place...'

Grote septiem (G7)


I Love you (Cole Porter)

Rein octaaf (R8)


Somewhere over the Rainbow

Meer liedjes:
http://www.people.vcu.edu en http://www.earmaster.com/products/free-tool/interval-song-chart-
generator.html

AMV L 1 volwassenen/Theorie/Samenstelling: Isolde Van der Goten Pagina 9


Zingen met het Indisch toonsysteem

SA

NI

DA

PA

MA

GA

RE

SA

I II III IV V VI VII VIII


rust spanning = I rust

De saregatoonladder bestaat uit 7 verschillende tonen en is


vergelijkbaar met de ons bekende toonladder van do met
opeenvolgende en oplopende toontrappen van een hele of
halve tonen.

De klanken komen overeen met

DO
DO RE MI FA SOL LA SI
SA
SA RE GA MA PA DA NI

Hele en halve tonen


Tussen III en IV en tussen VII en VIII ligt een halve toon.
Tussen alle andere tonen ligt een hele toon.

SA
SA RE GA MA PA DA NI

truukje : fa- mi- lie van Si- do- nia

AMV L 1 volwassenen/Theorie/Samenstelling: Isolde Van der Goten Pagina 10


Functies:

Elke toon heeft een functie binnen een melodie.

De belangrijkste functies zijn:

I SA is de eerste toon, de grondtoon of de tonica. Deze toon brengt rust/ontspanning.


Een melodie eindigt meestal op deze toon. Indien de melodie op een andere toon
eindigt, klinkt dit als een open einde.

V PA de vijfde toon geeft spanning. Het is de dominant van de toonladder.

IV MA de vierde toon, de voorbereiding op spanning (PA).

III GA deze toon geeft de emotie weer.

 Bij een grote GA klinkt de muziek open, vrolijk, majeur, groot


 Bij een kleine ga klinkt de muziek gesloten, melancholisch, mineur, klein.

VII NI is de leidtoon. Deze heeft de neiging om de melodie te laten oplossen naar een halve
toon hoger (hoge sa)

Benaming van de toontrappen

I grondtoon of tonica
II boventonica
III mediant
IV subdominant
V dominant
VI bovendominant
VII Leidtoon

Het Indisch toonsysteem is een relatief toonsysteem

Dit wil zeggen dat je de klanken op elke toonladder kan zetten. Bijvoorbeeld wanneer de grondtoon
sol is, zing je in de toonladder van SOL groot. Sol is dan de eerste toon van de toonladder.
SA-PA is dan SOL-RE

Wanneer je vertrouwd bent met het sarega zingen, wordt het makkelijk om bepaalde
toonsafstanden (intervallen) beter met je stem in te schatten (te intoneren), om het even in welke
toonaard je zingt.

AMV L 1 volwassenen/Theorie/Samenstelling: Isolde Van der Goten Pagina 11


Praktijk: Oefen volgende afstanden:

 De kwintsprong
PA PA

SA SA

 De eerste vijf noten met een majeurterts of mineurterts

MAJEUR mineur
PA PA
MA MA
GA ga
RE RE
SA SA
GROTE TERTS kleine terts

 De gronddrieklanken op en neer zingen

MAJEUR mineur

PA PA
GA ga
SA SA

Een akkoord is een samenklank van drie (of meer) tonen.

AMV L 1 volwassenen/Theorie/Samenstelling: Isolde Van der Goten Pagina 12


Zoltán Kodály
Handzingen

(hoge) DO

SI

LA

SOL

FA

MI

RE

DO

Ritme lezen met de tijdtaal


Ritme lezen op 1 tel

ta 1 kwartnoot 1 tel

titi 2 achtste noten 1 tel

rust 1 kwartrust 1 tel

tiri-tiri 4 zestiende noten 1 tel

ti-tiri 1 achtste+ 2 zestiende noten 1 tel

tiri-ti 2 zestiende noten + 1 achtste noot 1 tel

tim-ri hopfiguur 1 tel

tri-o-la triool (3 noten ipv 2 op 1 tel) 1 tel

AMV L 1 volwassenen/Theorie/Samenstelling: Isolde Van der Goten Pagina 13


Ritme lezen op 2 tellen

Too halve noot 2 tellen

tai-ti gepunteerde kwartnoot + achtste noot 2 tellen

syn- co- pe syncope 2 tellen

Ritme lezen op meerdere tellen

tooi gepunteerde halve noot 3 tellen

toom hele noot 4 tellen

AMV L 1 volwassenen/Theorie/Samenstelling: Isolde Van der Goten Pagina 14