You are on page 1of 6

Nr.

25 mei 2005 pagina 1


Matths 13:52 is een directe aansporing om zich vertrouwd te maken met de
geheimenissen van het koninkrijk der hemelen.
Het Woord van de Gerechtigheid
Want ieder die nog van melk leeft, is onervaren in het woord van de gerechtigheid (St. vert.): hij is nog
een kind (Hebr. 5:13).
Het woord van de gerechtigheid staat in contrast tot de eerste beginselen van de uitspraken van God
(Hebr. 5:12). Het woord van de gerechtigheid duidt daarom op diepere waarheden waarin God handelt op
basis van Zijn gerechtigheid met ons.
Het Woord van de Gerechtigheid wil een bijdrage leveren om christenen vertrouwd te maken met de
vaste spijs (Hebr. 5:14) van het woord van God om geestelijke volwassenheid mogelijk te maken. Bijbelse
waarheden die nauwelijks worden onderwezen en van cruciaal belang zijn om het einddoel van het geloof
(1 Petr. 1:9) te bereiken, zullen in het bijzonder onderwerp van aandacht zijn.
Het Woord van de Gerechtigheid wordt geredigeerd door Roel Velema
e-mail: roel@velemaweb.nl
website: http://roel.velemaweb.nl/nl/wvdg/wvdg.aspx
Nieuwe en Oude Dingen
Hij zei tot hen: Daarom is iedere schriftgeleerde, die een discipel geworden is [lett. gemaakt is]
van het koninkrijk der hemelen, gelijk aan een heer des huizes, die uit zijn voorraad nieuwe en oude
dingen tevoorschijn brengt (Matt. 13:52).
De Heer sloot Zijn zeven gelijkenissen in Matths 13 af met Matths 13:52, waarna Hij vertrok
uit het huis naar Zijn vaderstad (vgl. Matt. 13:53).
Het woord schriftgeleerde in Matths 13:52 is in het Grieks grammateus. In het algemeen
verwijst dit woord in het Nieuwe Testament naar J oodse schriftgeleerden, maar in dit vers wordt het
woord niet in deze strikte zin gebruikt. Ook Matths 23:34 wijst op schriftgeleerden buiten de
Farizeen en Sadduceen om, namelijk naar schriftgeleerden in de vroegchristelijke gemeente.
Paulus en Apllos bijvoorbeeld waren christelijke schriftgeleerden: geleerde mannen en doorkneed in
de Schriften (vgl. Hand. 18:24). De verwijzing naar schriftgeleerden in ruime zin, wordt ook versterkt
door de uitdrukking die een discipel is geworden van het koninkrijk der hemelen. De gedachte is
dat het koninkrijk der hemelen de leraar is, een gedachte die niet vreemd is, wanneer we bedenken dat
het koninkrijk der hemelen zich centreert rond de komende Koning.
Matths 13:52 is een directe aansporing voor ieder christen om zich vertrouwd te maken met de
geheimenissen van het koninkrijk, want deze kennis is niet aan ieder christen gegeven (Matt. 13:11).
Deze geheimenissen worden ons deel door een discipel van het koninkrijk der hemelen te worden, te
bidden om verlichte ogen van het hart (Ef. 1:17-19), en voortdurend de Schriften te bestuderen (2
Tim. 3:15).
Iedere schriftgeleerde, die een discipel is geworden van het koninkrijk der hemelen, brengt, als een
heer van het huis, uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen tevoorschijn.
Nr. 25 mei 2005 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 2
Kennis van het woord van het koninkrijk opent de Schrift
als geen ander aspect van het woord van God.
Deze waarheid is gemakkelijk te begrijpen, want het woord van het koninkrijk is de centrale
boodschap van het Nieuwe Testament. Het Nieuwe Testament kent drie hoofdonderwerpen
waaronder alles is samen te vatten: 1) de Here J ezus Christus, 2) het kruis (en daarmee verbonden:
opstanding), en 3) het koninkrijk.
Gods doel heeft altijd en alles met Christus te maken. Alle dingen zijn door Hem geschapen en alle
dingen zijn tot Hem geschapen (Col. 1:15-18). Gods doel met de mens is gemeenschap in relatie tot
een eeuwig plan, waarbij we een uitdrukking van Christus dienen te worden. Er is maar n weg om
dit te verwezenlijken en dat is door het kruis van Christus.
Het kruis van Christus kent twee aspecten, namelijk eenobjectief en eensubjectief aspect.
Het objectieve aspect van het kruis beschrijft dat Christus voor ons is gestorven. Het subjectieve
aspect van het kruis beschrijft dat wij met Christus zijn gestorven. Dit aspect verwijst naar de
toepassing van onze dood met Christus als wij door de Geest de werkingen van het lichaam doden
(Rom. 8:13). De subjectieve toepassing van het kruis snijdt ons af van het vlees, de duivel en de
wereld (vgl. Gal. 6:14). De subjectieve werking van het kruis is nooit het doel, maar opent de deur
naar de kracht van Christus opstanding (Fil. 3:10). In feite is het christelijke leven niets anders
dan een voortdurende uiting van de kracht van Christusopstanding. Gods doel om alles tot een
uitdrukking van Christus te maken, wordt verwezenlijkt door de kracht van Zijn opstanding, door de
voortdurende subjectieve vereenzelviging van de gelovige met het kruis. Dit proces kunnen we
omschrijven als een gekruisigd leven. Het kruis leidt tot een leven in de Geest. Het christelijke leven
is in wezen een leven in de Geest en God heeft het kruis en de opstanding gegeven om dit leven te
bewerkstelligen. De Heilige Geest werkt altijd op basis van het kruis. Het kruis leidt altijd naar de
Geest en de Geest leidt altijd naar het kruis.
De rechterstoel van Christus zal ieders werk beproeven (1 Cor. 3:13-15). Elk werk dat niet op
basis van het kruis is, zal in rook opgaan. Hieruit zien we dat er een onlosmakelijk verband bestaat
tussen het woord van het kruis (1 Cor. 1:18), en het woord van het koninkrijk (Matt. 13:19). Het
woord van het koninkrijk omvat het woord van het kruis, omdat het goede zaad, de zonen van het
koninkrijk, door de Zoon des mensen wordt gezaaid (vgl. Matt. 13:37,38; J oh. 12:24,25).
We moeten goed beseffen dat Gods doel Christus is, maar dat er vele zaken met Christus zijn
verbonden om Gods doel te begrijpen. Als we dit onderscheid niet maken, lopen we het gevaar dat we
het christelijke leven vergeestelijken. We kunnen dan gemakkelijk denken dat God bijvoorbeeld alleen
Christus en de gemeente van Christus ziet, of zelfs alleen Christus. Zoiets klinkt heel geestelijk, maar
laat de gelovige achter met een mooi klinkend thema met weinig betekenis ervan. Het klinkt geestelijk,
maar het is niet Bijbels. Daarom zegt Matths 13:52 niet, dat Christus alleen of het woord van het
kruis nieuwe en oude dingen te voorschijn brengt. Het woord van het koninkrijk der hemelen brengt
deze dingen te voorschijn, omdat dit woord alles samenvat. Het vat Gods doel in Christus samen en
het omvat het woord van het kruis. Daarom dienen we de juiste plaats te geven aan het Messiaanse
raamwerk met de duizendjarige heerschappij van Christus, anders eindigen we met een vergeestelijkt
christelijk leven. Dit alles wordt versterkt door de algemene misvatting dat het koninkrijk in een
mysterievorm reeds in de gelovige aanwezig is.
We kunnen daarom maar tot n conclusie komen: het woord van het koninkrijk is het centrale thema
van het Nieuwe Testament. Kennis van dit woord opent daarom de Schrift als geen ander aspect van
het woord van God. Dit is de strekking van Matths 13:52.
Nr. 25 mei 2005 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 3
Onze wedergeboorte brengt ons innerlijk onder de heerschappij van Christus.
(Het is van belang dat we Matths 13 vergelijken met Colossenzen 1:13, 14: Hij heeft
ons verlost uit de macht van de duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van
Zijn liefde, in wie wij de verlossing hebben, de vergeving van de zonden.
Als christenen zijn we overgebracht uit het kamp van de duivel in het koninkrijk van Gods
Zoon. We zijn nu onder de heerschappij van Christus gekomen, verlost van de slavernij van
de duivel. Dit is niet hetzelfde als het koninkrijk der hemelen binnengaan, want dat verwijst
naar het komende Messiaanse koninrijk. Momenteel heersen de satan en zijn engelen in dit
koninkrijk, terwijl Christus en Zijn mede-erfgenamen pas in de toekomst bezit zullen nemen
van dit koninkrijk.
Het Griekse werkwoord voor overbrengen in Colossenzen 1:13 is methistemi. Het
werkwoord betekent verplaatsen [een berg verplaatsen (1 Cor. 13:2)]; [overbrengen in het
koninkrijk (Col. 1:13)], of uitzetten, ontzetten [ontzetten uit een functie (Luke 16:4)].
Om te begrijpen wat overgebracht in het Koninkrijk in Colossenzen 1:13 betekent,
moeten we Handelingen 13:22 vergelijken met verzen waar k het Griekse werkwoord
methistemi voorkomt.
Handelingen 13:22 gaat terug naar het boek 1 Samul, waar Saul werd verworpen [hij
werd uitgezet, ontzet] en David gezalfd om koning van Isral te zijn: "en nadat Hij deze
verworpen [uitgezet, ontzet] had, verwekte Hij hun David als koning, wie Hij ook dit
getuigenis gaf: Ik heb David, de zoon van Isa, gevonden, een man naar mijn hart, die al mijn
bevelen zal volbrengen".
Saul behield echter zijn koningschap tot zijn dood. Zijn verwerping [uitzetting] was
slechts Gods aankondiging dat zijn dagen als koning waren geteld. Saul zou, ergens in de
toekomst, opgevolgd worden door David die de troon dan zou bestijgen.
Nadat Saul was verworpen, maar nog steeds op de troon zat, zalfde Samul David tot
koning. Maar David besteeg niet direct de troon. Saul, alhoewel verworpen, bleef heersen. en
David zag zichzelf, niet door God, maar door mensen verworpen.
In die tijd sloten velen zich aan bij David en kwamen in dezelfde verworpen positie als
David: verworpen, verbannen en vervolgd.
De mannen die het koninkrijk van Saul hadden verlaten en zich bij David hadden
aangesloten, veranderden van positie op dezelfde wijze als in Colossenzen 1:13. In die tijd
bestond er geen koninkrijk onder David, en er is in deze tijd geen koninkrijk onder Christus,
waarin christenen zijn geplaatst. In de dagen van David bekleedde Saul de troon, zoals de
satan momenteel de troon bekleedt. David verwachtte de troon, zoals Christus ook de troon
verwacht. De mannen die met David in zijn verwerping deelden, wachtten een plaats in het
koninkrijk van David. Op dezelfde wijze wachten de mede-erfgenamen van Christus een
positie in het toekomstige koninkrijk der hemelen.
Handelingen 13:22 vormt daarom de type van Colossenzen 1:13, de antitype. En de type
en de antitype moeten in de Schrift altijd met elkaar overeenstemmen.
Het overbrengen in Colossenzen 1:13 is daarom een verplaatsing van de macht en het
gezag van de satan naar de verworpen positie van de Koning die de satan zal vervangen. Het
heeft niets te maken met het verplaatsen in een positie waarin de Koning al macht en gezag
uitoefent. Dat is onmogelijk, omdat de huidige bediening van Christus die van Hogepriester is
in de hemelse tabernakel. Pas na deze bedeling zal Christus de taak uitoefenen van Koning-
Priester naar de ordening van Melchizedek, nadat Hij het koningschap heeft aanvaard
(Openb. 19:6).
Christus is momenteel geen Koning en er daarom is de openlijke manifestatie van het
koninkrijk nog toekomstig. Onze wedergeboorte brengt ons echter innerlijk wel onder de
heerschappij van Christus en is daarom Zijn koninkrijk in ons (Luc. 17:21 S.V.).)
Nr. 25 mei 2005 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 4
De hoofdthemas van het Nieuwe Testament zijn Christus, het kruis en het koninkrijk.
Het woord van het koninkrijk is het centrale thema van het Nieuwe Testament. Kennis van dit
woord opent de Schrift op een wijze dat er nieuwe panoramas worden ontvouwd. Een discipel die
onderwezen is in het woord van het koninkrijk, is niet alleen in staat om oude dingen tevoorschijn te
brengen die hij reeds heeft gezien en begrepen, maar ook nieuwe dingen die hij nog niet heeft gezien
en begrepen. Een discipel van het koninkrijk der hemelen heeft een rijke bron van geestelijk kennis
waaruit hij kan putten.
Nieuwe en oude dingen zijn geen dingen die nu relevant zijn ten opzichte van wat heeft
afgedaan. De verwijzing is naar dingen die niet bekend waren en niet eerder zijn onderwezen ten
opzichte van dingen die al lang bekend waren en werden onderwezen. Dit alles is mogelijk omdat het
woord van het koninkrijk de sleutel vormt om de Schrift te ontsluiten voor zaken die anders verborgen
waren gebleven. Het woord van het koninkrijk vormt de sleutel tot het begrijpen van het christelijke
leven, omdat dit woord het doel, derichting en demotivatie van het christelijke leven laat zien.
De vroegchristelijke gelovigen hadden het woord van het koninkrijk volledig in het vizier. Paulus
verkondigde al de raad van God (Hand. 20:27), namelijk het evangelie van de genade aan de
onverloste mens (Hand. 20:24), en het koninkrijk aan de gelovige (Hand. 20:25).
In zijn huis in Rome predikte hij het koninkrijk van God twee jaar lang aan allen die hij daar
ontving (Hand. 28:23,30,31).
In navolging van de Here J ezus en van Paulus, zouden we verwachten dat de gemeente van
Christus vandaag ook onderwezen zou zijn in het woord van het koninkrijk en overal het koninkrijk
wordt gepredikt. Het tegendeel is echter het geval. De prediking van het woord van het koninkrijk is
nagenoeg afwezig. De praktijk is dat verwerping van deze boodschap eerder de regel is dan de
uitzondering. Deze negatieve houding van christenen tegenover het woord van het koninkrijk is terug
te voeren tot de gelijkenis van de zuurdesem, tot een werk dat de boze bijna tweeduizend jaar geleden
is begonnen en nu nagenoeg is voltooid.
De hoofdthemas van het Nieuwe Testament zijn Christus, het kruis en het koninkrijk. Het zijn
ook Christus, het kruis en het koninkrijk die de grootste haat bij de satan oproept, omdat zij een acuut
gevaar vormen voor zijn positie. De eeuwige verlossing van de gelovige kan hij niet meer ongedaan
maken; daarom richt hij zich er volledig op om de geestelijke wedloop van christenen te frustreren en
te voorkomen dat zij vrucht dragen voor het komende koninkrijk.
Het doel van de Heer in ons leven is het proces van het natuurlijke leven naar het geestelijke leven
(1 Cor. 2:13-16). Al Zijn handelen met ons heeft als doel dat wij leven vanuit de kracht van Zijn
opstanding. Dit betekent dat er een einde moet komen aan ons eigen inzicht, onze eigen ambities, onze
eigen belangen en onze eigen kracht in het leven met de Heer.
Hoe vaak zijn we niet teleurgesteld dat we geen goed in onszelf vinden. Dat betekent dat we nog
iets goed van onszelf verwachten. Het betekent ook dat we tot het punt moeten komen dat we geen
goed van onszelf moeten verwachten. Al ons goede is in een Ander, namelijk in de Here J ezus. Het
blijft een voortdurend punt van strijd dat de satan via ons natuurlijke leven vat op ons probeert te
krijgen. Alleen een dagelijkse beslissing omeen gekruisigd leven te leiden en al onze rechten prijs te
geven (Ex. 21:2-9), opent de deur naar de volheid van God. Dit leven kost ons alles en niet ieder
christen is bereid deze prijs te betalen (Matt. 18:24-27).
Nr. 25 mei 2005 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 5
Onze deelname aan de hemelse heerschappij van het Messiaanse koninkrijk is
afhankelijk van de mate waarin wij een gekruisigd leven hebben geleid.
Onze deelname aan de hemelse heerschappij in het Messiaanse koninkrijk is afhankelijk van de
mate waarin wij een gekruisigd leven hebben geleid. Het is afhankelijk van de subjectieve werking
van het kruis, niet alleen van de objectieve werking ervan.
Watchman Nee schreef in zijn boek The Gospel of God:
Todays problem is that people will not differentiate between (eternal) salvation and the
kingdom.
The millennial kingdom is not given as a free gift, but is obtained through good works before
God.
The condition for entering the kingdom of the heavens is doing the will of God.
The crown is the symbol of the kingdom. If one loses the crown, he will lose the kingdom. There
is no such thing as losing the crown but still having the kingdom.
Het binnengaan van het koninkrijk der hemelen is het doel, de richting en demotivatie van de
christen. Daarom is het begrijpelijk dat de satan alles in het werk stelt om deze boodschap te
ondermijnen en te weerstaan.
De gelijkenissen in Matths 13 hebben voornamelijk een negatieve strekking. Er wordt meer
aandacht besteed aan hen die geen vrucht dragen voor het koninkrijk dan aan hen die wel vrucht
dragen. Alleen de vijfde en zesde gelijkenis hebben een positieve strekking als zij het verlossend werk
van God beschrijven voor Isral en de bruid van Christus (Matt. 13:44-46).
Aan het einde van deze bedeling bevindt het christendom zich in een volledig doorzuurde toestand als
het gaat om de kennis van het koninkrijk der hemelen. Deze toestand houdt in dat er vrijwel geen
discipelen meer zijn van het koninkrijk der hemelen die in staat zijn om uit hun voorraad nieuwe en
oude dingen tevoorschijn te halen. Het einde van deze bedeling zal eindigen in een doorzuurde
toestand als het gaat om het woord van het koninkrijk. Dit is ook waar de Heer op doelde, toen hij zei:
Doch als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde? De wijze waarop de
Griekse tekst deze vraag verwoordt, eist een ontkennend antwoord. Hier en daar zullen sommige
christenen het woord van het koninkrijk aanvaarden, maar niet het christendom als geheel. Het proces
dat met drie maten meel begon, heeft, aan het einde van deze bedeling, geleid tot een volledige
doorzuring.
Het einde van deze bedeling is daarom een tijd van beproeving voor elke discipel van het
koninkrijk der hemelen. Zijn boodschap, dat oude en nieuwe dingen tevoorschijn roept voor de
gemeente, zal de haat van de satan oproepen. De grote prijs en het lijden, die het gevolg van deze haat
zijn, is het lot van elke leerling van het koninkrijk der hemelen. Het woord van het koninkrijk verbindt
hem direct met het woord van het kruis. Het woord dat hij predikt is meteen een test om zich te
kwalificeren voor wat het woord van het koninkrijk belooft. Het is een schifting van het soort
christenen waar God naar op zoek is. Hij is op zoek naar mensen die de prijs willen betalen en hun
visie vasthouden. Hij is op zoek naar mensen die hun leven willen verliezen om Zijn wil (Matt.
16:25), en de kritiek en verwerping van hun medegelovigen kunnen doorstaan.
Geen enkel discipel van het koninkrijk der hemelen hoeft zich echter zorgen te maken als hij, door
het werk van kruis, zich geheel heeft toegewijd aan de belangen van de Heer. De Heer zal toezien dat
zon leven uiteindelijk wordt gerechtvaardigd, hoezeer mensen of hemelse machten in het verweer
komen. Daarom is het woord van het kruis en het woord van het koninkrijk boven alles een woord
van het geloof (Rom. 10:8).
Nr. 25 mei 2005 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 6
Een christen is niet waardig om eeuwig heil te ontvangen,
maar moet wel waardig zijn om het koninkrijk der hemelen binnen te gaan..
Conclusie van Matths 13
Het koninkrijk der hemelen wordt in het algemeen verkeerd begrepen onder christenen. Velen
denken dat dit koninkrijk reeds in hun harten is gekomen en dat Christus vandaag heerst over deze
aarde. Dit is echter niet wat de Schrift leert. Het koninkrijk der hemelen verwijst naar de heerschappij
van de hemelen over deze aarde (Dan. 4:26b). Het is de hemelse sfeer waarin momenteel de satan en
zijn engelen heersen over deze aarde. Deze heerschappij zal in de nabije toekomst op de mens
overgaan (Hebr. 2:5). Het koninkrijk der hemelen verwijst dan naar het komende koninkrijk van onze
Here J ezus Christus (Openb. 11:5), wanneer Christus terugkomt op deze aarde om gedurende het
Messiaanse tijdperk van duizend jaar over deze aarde te regeren (Openb. 20:4-6). Deze heerschappij
zal zowel hemels als aards zijn.
De zeven gelijkenissen van het koninkrijk der hemelen in Matths 13 hebben niet te maken met
het verkrijgen van eeuwig heil, maar met de geestelijke wedloop van de christen. Deze wedloop wordt
niet automatisch met succes gelopen, omdat de christen voor eeuwig is behouden.
Het geheim van een succesvolle wedloop ligt in het woord van het koninkrijk (Matt. 13:19).
In Matths 13:19 legde de Here J ezus een verband tussen het woord van het koninkrijk en het
koninkrijk der hemelen. Een discipel van Christus wordt verondersteld ook een discipel van het
koninkrijk der hemelen te zijn. Als een discipel van Christus het woord van het koninkrijk begrijpt,
zal hij het juiste fundament hebben om op de bouwen wanneer hij of zij de Bijbel bestudeert.
Er is geen boodschap die beter de Schriften opent dan het woord van het koninkrijk. Anderzijds,
discipelen die deze boodschap niet bestuderen, missen de juiste basis om de Bijbel bestuderen en
lopen het gevaar heen en weer geslingerd te worden onder invloed van allerlei wind van leer (Ef.
4:14).
Het woord van het koninkrijk kan niet begrepen en geleefd worden zonder het woord van het
kruis (1 Cor. 1:18; Matt. 13:38b). Het christelijke leven is een leven dat een voortdurende
metamorfose moet zijn van het natuurlijke naar het geestelijke. Dit proces wordt alleen bereikt door
de dagelijkse toepassing van het kruis in het leven van de gelovige (vgl. 1 Cor. 15:31b; 2 Cor. 4:7-
12). De Here J ezus zei tot zijn discipelen: en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij aangaat, is
Mij niet waardig (Matt. 10:38). Als een discipel de Heer waardig wil zijn, moet hij zijn eigen leven
verloochenen, zijn kruis dragen en de Here volgen. In plaats van een zelfgericht leven moet de discipel
een leven leiden waarin hij zijn rechten volkomen aan Christus heeft prijsgegeven. Het is op basis van
deze waardigheid dat wij het koninkrijk zullen ontvangen: dat gij het Koninkrijk Gods waardig
zijt (2 Thess. 1:5). Een christen is nooit waardig om eeuwig heil te ontvangen, maar hij of zij moet
wel waardig zijn het koninkrijk der hemelen te ontvangen, omdat het ingaan in koninkrijk der
hemelen, dat wil zeggen onze toekomstige Messiaanse heerschappij vanuit de hemelen, gebaseerd is
op discipelschap. Deze fundamentele waarheid is bijna volkomen verdwenen van de kansel en
gelovigen krijgen een doorzuurde boodschap van het woord van het koninkrijk gepresenteerd. Het
gevolg is een verwarde boodschap van het evangelie aan de gelovige, die wordt geleerd dat alle
gelovigen reeds deel hebben aan het koninkrijk der hemelen. Daardoor wordt hun hoop op een valse
basis gezet en komt een succesvolle geestelijke wedloop in gevaar.
Daarom voorgangers, oudsten, en christenen die geplaatst zijn onder hun zorg: Sla acht op het
woord van het koninkrijk!