You are on page 1of 5

Nr.

22 februari 2005 pagina 1


Isral, als eerstgeboren zoon, had het recht op hemelse en aardse beloften.
Het Woord van de Gerechtigheid
Want, ieder, die nog van melk leeft, is onervaren in het woord van de gerechtigheid (St. vert.): hij is
nog een kind (Hebr. 5:13).
Het woord van de gerechtigheid staat in contrast tot de eerste beginselen van de uitspraken van God
(Hebr. 5:12). Het woord van de gerechtigheid duidt daarom op diepere waarheden waarin God handelt op
basis van Zijn gerechtigheid met ons.
Het Woord van de Gerechtigheid wil een bijdrage leveren om christenen vertrouwd te maken met de
vaste spijs (Hebr. 5:14) van het woord van God om geestelijke volwassenheid mogelijk te maken. Bijbelse
waarheden die nauwelijks worden onderwezen en van cruciaal belang zijn om het einddoel van het geloof
(1 Petr. 1:9) te bereiken, zullen in het bijzonder onderwerp van aandacht zijn.
Het Woord van de Gerechtigheid wordt geredigeerd door Roel Velema
e-mail: roel@velemaweb.nl
website: http://roel.velemaweb.nl/nl/wvdg/wvdg.aspx
De Gelijkenis van de Schat in de Akker
Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, verborgen in een akker, die een mens
ontdekte en verborg, en in zijn blijdschap erover gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en koopt
die akker (Matt. 13:44).
Na de gelijkenis van de zuurdesem neemt Matths 13 een belangrijke wending.
De Here ging in Matths 13:1 het huis uit en Hij zat bij de zee en sprak de eerste vier
gelijkenissen uit. Dit is een verwijzing naar Matths 21:43, het kernvers van het evangelie naar
Matths: Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal worden weggenomen en het zal
worden gegeven aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt.
Het koninkrijk der hemelen, dat door het woord van het koninkrijk aan het huis Isral werd
aangeboden, werd van Isral afgenomen en gegeven aan een ander volk, aan de ene nieuwe mens in
Christus (Ef. 2:15). Het woord van het koninkrijk heeft te maken met hemelse beloften en daarom zijn
christenen deelgenoten van de hemelse roeping (Hebr. 3:1).
Het is van groot belang het onderscheid te zien tussen de hemelse en aardse sfeer van het komende
koninkrijk. Isral is een eerstgeboren zoon (Ex. 4:22,23), en komt in aanmerking voor het
eerstgeboorterecht (Deut. 21:15-17). Dit recht kent een dubbel deel van de erfenis toe aan de
eerstgeborene (Deut. 21:17). Dit extra deel is echter vervreemdbaar, zoals Ruben die, als eerst-
geborene, het extra deel verloor door zonde. Het enkelvoudige deel van de erfenis, zoals iedere zoon
het ontving, is echter onvervreemdbaar.
Isral, als eerstgeboren zoon, had het recht op hemelse en aardse beloften (vgl. Gen. 22:17).
Het hemelse deel is echter weggenomen (Matt. 21:43), zodat alleen het aardse deel overblijft.
De theologie die leert dat er geen toekomst is voor Isral, komt daarom voort uit het gebrek aan
inzicht in het onderscheid tussen het hemelse en aardse deel van het komende koninkrijk.
Nr. 22 februari 2005 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 2
Vashti en Esther zijn types van Isral.
Het aanbod van het koninkrijk der hemelen aan de gemeente of kerk van Christus, is opnieuw een
aanbod aan een eerstgeboren zoon (Hebr. 12:23). Het is een aanbod van een hemelse heerschappij,
een heerschappij vanuit de hemelen over de aarde (Dan. 4:26b). Evenals aan Isral, is deze hemelse
heerschappij voor de gemeente van Christus vervreemdbaar.
God biedt de mens twee zaken aan: 1) eeuwig heil dat onvervreemdbaar is (Ef. 2:8,9), en 2) de
prijs der roeping Gods (Fil. 3:12), die vervreemdbaar is (vgl. 1 Cor. 9:27).
Matths 13:1-35 heeft niet te maken met eeuwig heil, maar met de prijs der roeping Gods. De
gelijkenis van de zuurdesem leert dat met betrekking tot de prijs der roeping Gods het geheel zal zijn
doorzuurd aan het einde van deze bedeling. Het onderscheid tussen eeuwig heil en het koninkrijk der
hemelen zal in het algemeen niet worden gezien. Christenen zullen bijna geheel zijn vervreemd van het
doel waarnaar Paulus jaagde (Fil. 3:14).
Het is in deze doorzuurde toestand dat de gemeente van Christus zal worden opgenomen (1 Thess.
4:16,17), om daarna voor de rechterstoel van Christus te verschijnen (Openb. 1:9-20). Daarmee is
deze bedeling afgesloten, waarin God van meet aan erop bedacht geweest is een volk voor zijn
naam uit de heidenen te vergaderen (Hand. 15:14), namelijk een bruid voor Zijn Zoon (vgl. Gen.
24). Daarna zal ik wederkeren, en de vervallen hut van David weer opbouwen (Hand. 15:16).
(De gehele geschiedenis van Isral (verleden, heden toekomst), is typologisch
samengevat in het boek Esther. Wat voor het boek Esther geldt met het oog op het volk
Isral, geldt voor het boek Ruth met het oog op de gemeente of kerk van Christus.
De eerste twee hoofdstukken in het boek Esther geven de volledige geschiedenis van
Isral weer, vanaf de dagen van Mozes tot in het Messiaanse tijdperk. De resterende
hoofdstukken geven aanvullend commentaar op die eerste twee hoofdstukken: de
activiteiten van de antichrist (getypeerd door de activiteiten van Haman) met het oog op
Isral (getypeerd door Esther en Mordechai). Esther 3-10 komen in dit opzicht overeen
met Openbaring 6-20.
Esther 1 begint met een feest van zeven dagen, waarop koning Ahasveros zijn macht en
rijkdom tentoonspreidt. Op de zevende dag verlangt de koning dat zijn vrouw, koningin
Vashti, haar schoonheid laat zien. Vashti weigert.
De antitype laat hetzelfde patroon zien. God heeft Isral geroepen om Zijn macht en
heerlijkheid tentoon te spreiden. Isral heeft dit geweigerd door het koninkrijk der
hemelen te verwerpen (vgl. Hand. 22:18). Dit alles was met het oog op de zevende dag,
het Messiaanse tijdperk.
Als God zijn handelen met Isral hervat (Hand. 15:16,17), doet God dit in de type door
de persoon van Esther en Mordechai. Esther wordt gekroond en God zal Zijn doel met
Isral bereiken: een bruid te verwerven voor de HERE (Hosea 2:18,19).
In die dagen zat Mordechai in de poort van de koning (Esther 2:19,21). Ook dit is een
verwijzing naar Gods doel met Isral. Christus kan alleen heersen als de poorten van Zijn
vijanden in bezit zijn genomen (Gen. 22:17). Deze vijanden bevinden zich zowel in de
hemelse als in de aardse sfeer. Isral zal de poorten van de aardse vijanden in bezit nemen
en de eerste onder de volkeren worden: en Ik zal haar weder oprichten, opdat het overige
deel van de mensen de Here zoeke (Hand. 15:16,17). Om dit doel te bereiken, draait alles
om een huwelijksrelatie: 1) Isral als de bruid van de HERE (de gelijkenis van de schat in
de akker), en 2) de bruid van Christus (de gelijkenis van de mooie parels)).
Nr. 22 februari 2005 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 3
De laatste drie gelijkenissen grijpen terug op de huidige bedeling om een basis te leggen
voor toekomstige gebeurtenissen in de zeventigste jaarweek van Danil.
Een huwelijksrelatie kenmerkt zich door twee zaken: 1) een intieme persoonlijke relatie,
en 2) een direct of indirect deelhebben van de bruid in het werk van de bruidegom.
Christenen zijn geroepen tot een intieme persoonlijke relatie met Christus (1 Cor. 1:9),
en tot het zijn van mede-erfgenamen van Christus, d Erfgenaam, in de heerschappij over
deze aarde (Rom. 8:17). Matths 13:44-52 heeft dit alles op het oog.
Het binnengaan van de Here J ezus in het huis (Matt. 13:36), valt profetisch samen met het begin
van de zeventigste jaarweek van Danil (Dan. 9:24-27). Matths 13:44-50 heeft betrekking op de
gehele zeventigste jaarweek van zeven jaar als God zijn handelen met Isral hervat (zie ook: De
Profetie van de Zeventig J aarweken, Het Woord van de Gerechtigheid, februari 2004, nr.12).
Het is daarom niet verwonderlijk dat de gelijkenis van de schat in de akker betrekking heeft op
Isral. In Exodus 19:5 lezen we:
Nu dan, indien gij aandachtig naar Mij luistert en mijn verbond bewaart, dan zult gij uit alle
volken Mij ten eigendom zijn, want de ganse aarde behoort aan Mij.
Het woord eigendom in dit vers heeft in het Hebreeuws de betekenis van bezitting, eigendom.
Het woord heeft altijd betrekking op Israel als het duidt op een waardevol bezit, een bijzondere schat
(Deut. 7:6; 14:2; 26:18; Mal. 3:17). Dasberg vertaalt het woord in Exodus 19:5 met het meest
dierbare bezit en de King J ames vertaling als peculiar treasure. Isral is de schat van God
verborgen in de akker, dat is de wereld. Isral is momenteel de schat in de akker, verborgen te
midden van de volkeren.
De akker is de wereld, waarvoor de Heer alles heeft verkocht om die schat te verkrijgen. Als de
Heer terugkomt, zal Hij Isral uit de wereld opeisen, haar herstellen in het land en God zal haar
stellen tot een licht voor de volkeren op grond van de aardse beloften die God aan dit volk heeft
gegeven. Dit is precies wat de Heer gaat doen, nadat Hij het huis (het huis Isral) binnengaat.
God hervat Zijn handelen met dit volk om het ingestorte te herbouwen en haar op te richten, opdat de
volkeren de Here zullen zoeken (Hand. 15:16:17).
Hoewel Matths 13:44-50 betrekking heeft op de toekomstige zeventigste jaarweek van Danil
nadat de Heer het huis is binnengegaan, grijpen de drie gelijkenissen terug op gebeurtenissen vr de
zeventigste jaarweek, om een basis te leggen voor toekomstige gebeurtenissen. Alles wat voorafgaat
aan de koop van de akker in de gelijkenis van de schat van de akker, gaat terug naar de eerste komst
van Christus, terwijl de daadwerkelijke koop van de akker betrekking heeft op de periode vlak voor de
wederkomst van Christus.
Hetzelfde geldt voor de gelijkenis van de mooie parels. De parel is de gemeente of kerk van
Christus, gevormd in deze bedeling. Maar het lossen van de aarde waarover de bruid van Christus zal
heersen, maakt het noodzakelijk de gemeente van Christus te vermelden. Hetzelfde geldt voor de
gelijkenis van het sleepnet. Hoewel Matths 13:44-50 betrekking heeft op de zeventigste jaarweek
van Danil, waar de Isral en de volkeren centraal staan en niet de gemeente van Christus, verwijst
het sleepnet naar Gods werk in de huidige bedeling met het oog op het koninkrijk der hemelen. De
zee verwijst dan naar de volkeren.
Alle zeven gelijkenissen in Matths 13 hebben niet te maken met eeuwig heil, maar met de hoop
op een toekomstige erfenis in de hemelen (1 Petr. 1:4). We kunnen daarom niet zeggen dat de koop
van de akker betrekking heeft op het volbrachte werk van Christus op Golgotha.
Nr. 22 februari 2005 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 4
Gods toekomstige heerschappij over de aarde moet plaatsvinden
binnen een huwelijksrelatie.
De akker, de wereld, heeft betrekking op het erfdeel van Christus en Zijn bruid in het komende
Messiaanse tijdperk (vgl. Ps. 2:6-9; Rom. 8:17-23; Openb. 2:26,27; 3:21). De koop van de akker
heeft te maken met het verloste erfdeel, namelijk de geloste aarde. Dit is een toekomstig werk van
Christus, dat mogelijk wordt gemaakt door Zijn werk op Golgotha. Daarom worden in de laatste drie
gelijkenissen Isral, de gemeente of kerk van Christus, en de volkeren genoemd. Al deze drie groepen
hebben te maken met een toekomstige geloste aarde.
De feitelijke verlossing van de aarde is het thema van Openbaring 5-18. Het erfdeel, de aarde,
wordt dan gelost. Christenen die waardig zullen zijn om het koninkrijk te berven, zullen dan de bruid
van Christus vormen, helemaal in overeenstemming met de type in Ruth 4 (vgl. 2 Thess. 1:5; Openb.
2:26; 19:7,8) (zie ook: De bruid van Christus, Het Woord van de Gerechtigheid, november 2003,
nr.10).
De zeventigste jaarweek van Danil is een periode van zeven jaar. Deze zeven jaar is twee keer de
1260 dagen of 42 maanden in Openbaring 11:3,4; 12:6; 13:5. De 1260 dagen in Danil en J ohannes
kunnen niet worden los gezien van elkaar. Dit verband tussen de drie en een half jaar in Danil en in
de Openbaring van J ohannes is de sleutel tot het profetisch woord. Een kind kan zien dat de laatste
helft van de zeventigste jaarweek van Danil overeen moet komen met de 1260 dagen in Openbaring.
J ohannes openbaring is gefundeerd op de profeten en zonder deze basis heeft J ohannes niet het recht
om over de 1260 dagen te spreken. J ohannes heeft niets wat de profeten niet hebben. J ohannes heeft
niets wat Christus niet heeft, want de Openbaring was hem gegeven door God, namelijk de
openbaring van Jezus Christus (Openb. 1:1).
In Matths 13:44-50 spreekt de Here Jezus dan ook vanuit de profeten. Daarom kan dit
bijbelgedeelte niet begrepen worden zonder terug te gaan naar de profeten:
O onverstandigen en tragen van hart, dat gij niet gelooft alles wat de profeten gesproken
hebben! (Luc. 24:25).
Misverstand over het profetisch woord is, zonder uitzondering, terug te brengen tot een
misverstand over Danil 9:24-27. Misverstand hierover zal ook misverstand geven over Matths
13:44-50. De manifestatie van het koninkrijk der hemelen door Gods eerstgeboren zonen, de Here
J ezus Christus (Col. 1:15), en de gemeente van Christus, kan pas plaatsvinden nadat de satan uit zijn
huidige positie is ontzet en de sfeer, waarin hij heerschappij voert (de heerschappij vanuit de hemelen
over de aarde), is gelost (vgl. Ruth 4:1-12).
Gods toekomstige heerschappij over de aarde door de mens (vgl. Hebr. 2:5-8), moet plaatsvinden
binnen een huwelijksrelatie. De type vereist dit en stelt dat zowel de man als de vrouw moet heersen
(vgl. Gen. 1:27,28).
In het Oude Testament werd Isral gezien als de vrouw van de HERE (vgl. Hosea 2:18,19).
(Als we in de NBG vertaling het woord HERE (met hoofdletters) lezen, is dat de
vertaling van het Hebreeuwse woord JHWH ( ). Het is echter onzeker hoe deze
naam oorspronkelijk werd uitgesproken en dat eist wat uitleg.
Het Hebreeuwse alfabet bestaat alleen uit medeklinkers en de Hebreeuwse bijbelteksten
werden oorspronkelijk alleen met deze medeklinkers geschreven.
Nr. 22 februari 2005 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 5
Ahasveros is een type van de HERE en Boaz is een type van Christus.
In de tijd ontstond er echter de behoefte ook de klinkers te noteren, omdat de juiste
uitspraak van de teksten in de vergetelheid dreigde te raken. De Masoreten (750-950 A.D.)
ontwikkelden een systeem van puntjes en streepjes die onder of naast de medeklinkers
werd geplaatst.
De naam JHWH ( ) wordt door de Joden uit eerbied meer dan 2000 jaar slechts
uitgesproken als de HERE of De Naam. In de Hebreeuwse tekst hebben de Masoreten
doelbewust aan de naam JHWH ( ) slechts gedeeltelijk de klinkers van de
Godsnaam Adonaj aan de medeklinkers van de naam JHWH ( ) toegevoegd.
Daardoor is de uitspraak niet vast te stellen. Desondanks is dit voor velen de basis om de
naam als Jehovah uit te spreken. In werkelijkheid weten we niet hoe de naam JHWH
( ) werd uitgesproken, maar het is zeker dat "Jehova" een foutieve uitspraak is.
Deze uitspraak dient daarom vermeden te worden.)
Ook Christus zal een bruid hebben in de toekomst. In het boek Ruth zien we een vrouw uit de
volkeren gehuwd met een J ood (Boaz). Boaz vormt een type van Christus en Ruth vormt een type van
Zijn bruid.
In het boek Esther zien we een koning uit de volkeren gehuwd met een J odin (Esther). Koning
Ahasveros vormt een type van de HERE en Esther vormt een type van Zijn bruid. Binnen de Godheid
wordt alleen de Zoon van God gezien als een J ood en kan in de type koning Ashaveros niet als J ood
gezien worden.
Concluderend, alle zeven gelijkenissen in Matths 13 hebben te maken met het koninkrijk der
hemelen. De gemeeente of kerk van Christus is de ontvanger geworden van de hemelse beloften die
Isral heeft verspeeld (Matt. 21:43). De laatste drie gelijkenissen zijn ook van belang voor de
gemeente van Christus, hoewel de gemeente niet op de aarde is gedurende de zeventigste jaarweek van
Danil. Deze gelijkenissen hebben echter ook te maken met Gods handelen met Isral en de volkeren
in de zeventigste jaarweek. Zonder dit handelen van God kan er geen toekomstige manifestatie zijn
van het koninkrijk der hemelen door de gemeente van Christus. Bovendien zal deze manifestatie leiden
tot de openbaring van twee bruiden:
1) de bruid van de HERE: Isral, en 2) de bruid van Christus: de overwinnaars in Openbaring
2:7,11,17,26; 3:5,12,21.