You are on page 1of 7

Nr.

17 augustus 2004 pagina 1


Matths 21:43 is het sleutelvers van het evangelie naar Matths.
Het Woord van de Gerechtigheid
Want, ieder, die nog van melk leeft, is onervaren in het woord van de gerechtigheid (St. vert.): hij is
nog een kind (Hebr. 5:13).
Het woord van de gerechtigheid staat in contrast tot de eerste beginselen van de uitspraken van God
(Hebr. 5:12). Het woord van de gerechtigheid duidt daarom op diepere waarheden waarin God handelt op
basis van Zijn gerechtigheid met ons.
Het Woord van de Gerechtigheid wil een bijdrage leveren om christenen vertrouwd te maken met de
vaste spijs (Hebr. 5:14) van het woord van God om geestelijke volwassenheid mogelijk te maken. Bijbelse
waarheden die nauwelijks worden onderwezen en van cruciaal belang zijn om het einddoel van het geloof
(1 Petr. 1:9) te bereiken, zullen in het bijzonder onderwerp van aandacht zijn.
Het Woord van de Gerechtigheid wordt geredigeerd door Roel Velema
e-mail: roel@velemaweb.nl
website: http://roel.velemaweb.nl/nl/wvdg/wvdg.aspx
De Gelijkenis van de Zaaier
En Hij sprak tot hen vele dingen in gelijkenissen en zei: Zie, een zaaier ging uit om te zaaien
(Matt. 13:3).
De gelijkenis van de zaaier is de eerste van zeven gelijkenissen die de Here uitsprak in Matths
13.
De eerste vier gelijkenissen sprak de Heer uit toen hij het huis uit ging en bij de zee zat (Matt.
13:1), en de laatste drie gelijkenissen sprak de Heer uit toen Hij naar het huis ging (Matt. 13:36).
Om inzicht te krijgen in Matths 13, is het van belang dit onderscheid goed te zien.
Het huis Matths 13:1,36 is het huis van Isral. Het koninkrijk der hemelen werd allereerst
aangeboden aan het huis van Isral (Matt. 3:2). De schriftgeleerden en Farizeen weerstonden dit
aanbod hevig en verhinderden hen die het aanbod wel wilden aannemen (Matt. 23:13). De climax
vond plaats in Matths 12:22-37, waar de werken van de Here door de Farizeen werden verbonden
met de werken van de duivel (vers 24). De Here noemde dit alles zonde tegen de Heilige Geest,
waar noch in deze eeuw, noch in het komende Messiaanse tijdperk vergeving voor was (Matt. 12:32).
Op nationale basis kon Isral daarom geen deel meer krijgen aan het koninkrijk der hemelen, dat is de
komende heerschappij met Christus vanuit de hemelen over de aarde. Daarom zei de Heer de Heer in
Matths 21:43:
Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal worden weggenomen en het zal gegeven
worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt.
Nr. 17 augustus 2004 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 2
De plaats waar het zaad valt, is tekenend voor de hartsgesteldheid van de gelovige.
Matths 21:43 is het sleutelvers van het evangelie naar Mattths. Het vers maakt deel uit van de
gelijkenis van de onrechtvaardige pachters (Matt. 21:33-46). De pachters, het volk Isral, doodden de
erfgenaam (Matt. 21:38,39). Isral keurde de steen af die tot hoeksteen werd voor de volkeren (Matt.
21:42).
De eerste vier gelijkenissen in Matths 13 beschrijven het aanbod van het koninkrijk der hemelen
nadat de Heer het huis (van Isral) had verlaten en Zich keerde tot de volkeren. Het beschrijft het
aanbod van het koninkrijk der hemelen, hoe God van meet aan erop bedacht geweest is een volk
voor zijn naam uit de heidenen te vergaderen (Hand. 15:14).
Nadat God dit volk uit de heidenen zal hebben vergaderd, zal Hij zijn aandacht richten op het huis
van Isral en de vervallen hut van David weer opbouwen (Hand. 15:16). De laatste drie
gelijkenissen hebben daarom betrekking op de periode n deze bedeling tot het Messiaanse tijdperk.
Het is de periode waarin God zijn handelen met Isral zal hervatten (Hand. 15:16), en omvat zeven
jaar, de laatste jaarweek van Danil (Dan. 9:24-27; Openb. 6-18).
Schematisch kunnen we het volgende overzicht geven:
De zeven gelijkenissen van Matths 13 Tekstverwijzing
Buiten het huis, aan de zee: tot de volkeren
1 De gelijkenis van de zaaier Matt. 13:3-9; 13:18-23
Marc. 4:3-20
Luc. 8:4-15
2 De gelijkenis van het zaad in de akker Matt. 13:24-30; 13:36:43
3 De gelijkenis van het mosterdzaadje Matt. 13:31,32
Marc. 4:30-32
Luc. 13:18,19
4 De gelijkenis van het zuurdesem Matt. 13:33
Luc. 13:20,21
Naar het huis: tot Isral
5 De gelijkenis van de schat in de akker Matt. 13:43
6 De gelijkenis van de parel Matt. 13:45,46
7 De gelijkenis van het sleepnet Matt. 13:47-50
De gelijkenis van de zaaier is de gelijkenis die het meest uitgebreid wordt besproken in de
evangelin (Matt. 13:3-9; 13:18-23; Marc. 4:3-20; Luc. 8:4-15).
Wie de zaaier is, wordt niet genoemd in de gelijkenis van de zaaier, noch in de uitleg van deze
gelijkenis (Matt. 13:18-23). In de gelijkenis van het zaad in de akker lezen we echter wie hij is:
Die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen (Matt. 13:37) Dit geldt ook voor de gelijkenis
van de zaaier.
Het zaad is het woord van God (Luc. 8:11), het woord van het koninkrijk. De Here J ezus is een
volmaakte zaaier, die wil dat al het zaad in goede aarde valt. De plaats waar het zaad valt, is
tekenend voor de hartsgesteldheid van de gelovige (vgl. Matt. 13:19; Luc. 8:12).
Het hart van de gelovige is van doorslaggevend belang in zijn relatie met de Heer.
Nr. 17 augustus 2004 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 3
Een christen kan afvallen van het geloof, maar die afval heeft niets te maken met het
verliezen van eeuwig heil, want een christen kan zijn eeuwig heil niet verliezen.
Mijn zoon, geef mij uw hart, laten uw ogen behagen hebben in mijn wegen (Spr. 23:29), is het
begin van alle geestelijke groei. De wijze waarop wij reageren op het woord van het koninkrijk, is
bepalend voor onze geestelijke vooruitgang. Het is een kritiek moment wanneer wij geconfronteerd
worden met onze roeping om deel te krijgen aan de komende heerschappij met Christus. De prijs is
groot ende gesteldheid van ons hart is bepalend hoe wij reageren op het woord van het koninkrijk.
In de typologie zien wij hetzelfde. Isral was op weg naar het beloofde land, met een erfenis in het
vooruitzicht. Isral ging echter het beloofde land niet binnen vanwege haar verkeerde hartsgesteld-
heid (vgl. Hebr. 3:8,10,12,15). Isral miste haar erfenis, omdat het volk dwaalde in haar hart. Deze
geschiedenis dient als een les voor christenen (vgl. 1 Cor. 10:11).
Ziet toe, broeders, dat bij niemand van u een boos, ongelovig hart zij, door af te vallen van de
levende God (Hebr. 3:12).
Een christen kan afvallen van het geloof, maar die afval heeft niets te maken met het verliezen van
ons eeuwig heil, want een christen kan zijn eeuwig heil niet verliezen. Afval van het geloof heeft te
maken met het verliezen met onze toekomstige erfenis, omdat wij onze geestelijke wedloop opgeven.
Het succes van de wedloop wordt bepaald hoe wij omgaan met het woord van het koninkrijk en hoe
ons het hart reageert op deze boodschap. We kunnen niet zeggen dat de verschillende soorten grond
(aarde) in de gelijkenis van de zaaier fases zijn waar christenen aan deel moeten hebben in hun groei
naar geestelijke volwassenheid. Wanneer we het woord van het koninkrijk horen, zal ons hart op deze
boodschap reageren volgens n van de categorien die de Here in deze gelijkenis noemt.
Plaatsen waar het zaad valt Tekstverwijzing
Matt. 13:3-9; 13:18-23; Marc. 4:3-20; Luc. 8:4-15
langs de weg verstaan het woord niet
de boze rooft de boodschap weg,
opdat zij niet geloven en behouden worden
hebben geen wortel
op steenachtige plaatsen horen het woord
nemen het woord met blijdschap aan
zijn iemand van het ogenblik
worden afvallig door verdrukking, vervolging of
beproeving
hebben geen wortel
schiet op en verdort
in de dorens horen het woord
zorg van de wereld verstikt
bedrag van de rijkdom verstikt
lusten van het leven verstikt
brengen het niet tot vrucht
in goede aarde horen en verstaan het woord
dragen vrucht in volharding
Nr. 17 augustus 2004 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 4
De gelijkenis van de zaaier centreert zich rond het woord van het koninkrijk
en het vruchtdragen voor het koninkrijk.
Er zijn verschillende plaatsen waar het zaad valt. Het hart van de gelovige bepaalt op welke grond
het zaad valt. Het is de bedoeling van de Zaaier dat het zaad valt in de goede aarde, om vrucht te
dragen:
Hierin is mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt, en gij zult mijn discipelen zijn
(J oh. 15:8). Alleen het hart dat het woord van het koninkrijk aanneemt en in volharding vrucht draagt,
verheerlijkt de Heer en voldoet aan de eisen van discipelschap. Laten we eens kijken hoe het hart kan
reageren op deze boodschap.
1. Het zaad langs de weg
Bij een ieder, die het woord van het koninkrijk hoort, komt de boze en rooft wat in zijn hart
gezaaid is (Matt. 13:19).
Het zaad langs de weg heeft betrekking op christenen die het woord van het koninkrijk horen,
maar het niet begrijpen en volledig voorbij gaan aan de betekenis en het belang ervan. Direct nadat
het woord van het koninkrijk onder hen wordt verkondigd, rooft de boze het woord en blijven hun
geestelijke ogen gesloten:
Want het hart van dit volk is vet geworden, en hun oren hardhorend geworden, en hun ogen
hebben zij toegesloten, opdat zij niet zien met hun ogen, en hun oren niet horen... (Matt. 13:15).
Het hart is onverschillig en reageert niet op de boodschap. Er is geen belangstelling voor de
boodschap en in het ergste geval gaat het gepaard met oppositie, zoals bij de schriftgeleerden
(Matt. 23:13).
Hoeveel christenen weten niets van het komende koninkrijk van de Here J ezus Christus? Vaak zijn
ze niet genteresseerd in zaken rond onze erfenis, om zich daar naar uit te strekken. In kerken en
gemeenten is het nauwelijks een punt van aandacht. Het gevolg is dat de centrale boodschap van het
Nieuwe Testament ontbreekt en de kinderen [Gr. zonen] van het koninkrijk (Matt. 13:38), geen
vrucht dragen voor het koninkrijk.
De gelijkenis van de zaaier centreert zich rond het woord van het koninkrijk en het vruchtdragen
voor het koninkrijk. Het zaad langs de weg vertegenwoordigt waarschijnlijk de meerderheid van de
christenen, die weinig tot geen belangstelling hebben in de boodschap en de satan toestaan het woord
uit hun hart weg te roven, opdat zijn niet zouden geloven en behouden worden (Luc. 8:12).
Om Lucas 8:12 goed te begrijpen, moeten we weten dat de gelijkenis van de zaaier niets heeft te
maken met de boodschap van Gods genade voor de onverloste mens. Lucas 8:12 heeft te maken met
een toekomstig behoud om een erfenis te verkrijgen (Hebr. 1:14), niet met ons eeuwig heil.
In alle gelijkenissen in Matths 13 staat onze erfenis centraal, waarnaar wij ons moeten uitstrekken.
Daarom dient er in de gemeenten van J ezus Christus een terugkeer te komen van de prediking van de
komende erfenis van de christen. Dit zal echter niet op grote schaal gebeuren (Luc. 18:8), en zullen
alleen hier en daar christenen zijn die deze boodschap aannemen en in volharding vrucht dragen voor
het koninkrijk.
Vaak wordt niet beseft waartoe we geroepen zijn. We denken maar al te vaak dat het christelijk
leven een plezierreisje naar een gespreid bedje in de hemelse gewesten is.
Niets is minder waar. De Heer liet geen enkele onzekerheid over wat de kosten van discipelschap
waren, dat wij door vele verdrukkingen het Koninkrijk Gods moeten binnengaan (Hand. 14:22).
Nr. 17 augustus 2004 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 5
Er bestaat voortdurend gevaar de standaard te verlagen om geaccepteerd te worden.
Het gevolg is dat de meeste gelovigen niet toekomen aan vruchtdragen voor het koninkrijk, want de
satan heeft de boodschap al uit het hart geroofd, zonder enig besef dat deze boodschap het doel is van
de Zaaier.
2. Op steenachtige plaatsen
De op steenachtige plaatsen gezaaide is hij, die het woord hoort en het terstond met blijdschap
aanneemt; maar hij heeft geen wortel in zich, doch is iemand van het ogenblik; wanneer
verdrukking of vervolging komt om der wille van het woord, komt hij terstond ten val
(Matt. 13:20,21).
Het zaad dat op steenachtige plaatsen valt, zijn christenen die het woord van het koninkrijk horen
en het met blijdschap aannemen. Het zaad schiet op, maar het schiet geen wortel zodat het verdort.
De oorzaak hiervan is dat zij afvallig worden door verdrukking, vervolging of beproeving.
Deze verdrukking, vervolging of beproeving is vanwege het woord van het koninkrijk.
Er is geen boodschap waartegen de satan z zijn pijlen richt als het woord van het koninkrijk. De
boodschap heeft te maken met een wisseling in het bestuur van de hemelen over de aarde. De satan en
zijn engelen zullen plaatsmaken voor Christus en Zijn mede-erfgenamen. Satan zal alles doen wat in
zijn macht ligt om dit te beletten. Hij zal deze strijd voornamelijk voeren via andere christenen die
vijandig gezind zijn tegen dit woord. Dit moet ons niet verbazen, want God geeft ons nooit nieuw
licht, zonder deze nieuwe positie te testen en te beproeven. Hoe voller de openbaring, hoe groter de
achterdocht en het aantal dat in verweer komt.
Christenen die, temidden van al hun verdrukking, vervolging en beproeving, Gods doel vasthouden
en bereid zijn in hun hart hiervoor te lijden, zijn heel kostbaar in Gods ogen.
Verdrukking is een normaal bestanddeel in ons het leven met de Heer. Verdrukking is nodig om
volharding uit te werken (Rom. 5:3), en wij kunnen alleen beproefd blijken door verdrukking
(2 Cor. 8:2).
Ook vervolging kan volharding bewerken (2 Thess. 1:4,5). Vervolging of verdrukking is altijd om
der wille van het woord (Matt. 13:21). Het woord van het koninkrijk wordt met blijdschap
aangenomen, maar verworpen door de omgeving. Daardoor schiet de boodschap niet altijd wortel.
Beproeving is de test van ons geloof. De Bijbel wil dat wij in beproeving (verzoeking) volharden
(J ac. 1:12), en die beproeving moet ons niet bevreemden (1 Peter. 4:12). Maar niet ieder christen
volhardt in beproeving en schiet het woord van het koninkrijk geen wortel.
Er bestaat een voortdurend gevaar om de standaard te verlagen om geaccepteerd te worden. Door niet
te volharden om het woord van het koninkrijk vast te houden, is er een verleiding zich te richten op
een eenvoudige en meer praktische vorm van christelijk geloof, omdat er toch geen markt is
voor deze boodschap. Hoe gemakkelijk kunnen we zeggen dat onze bediening niet ligt bij het woord
van het koninkrijk, om te kiezen voor een meer populaire vorm van christelijk geloof en de zware weg
van het kruis vermijden. De verborgen sympathie voor het woord van het koninkrijk kan aanwezig
blijven, maar het criterium is of wij ons voor het woord van het koninkrijk schamen (Luc. 9:26). De
context van Luc. 9:26 is het behoud van onze ziel en de bereidheid ons kruis op ons te nemen en
onszelf te verloochenen (Luc. 9:23-25).
Nr. 17 augustus 2004 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 6
Het is van groot belang dat een christen leeft met
het einddoel van zijn geloof in gedachte.
Hoe gemakkelijk kunnen we niet voor het woord van het koninkrijk uitkomen, om niet uit de
synagoge te worden gebannen, omdat we meer zijn gesteld op de eer van mensen dan op van God
(J oh. 9:21,22; 12:42,43). We kunnen in Hem geloven dat Hij de Messias is, de komende Erfgenaam,
maar er toch niet voor uit komen. De mate waarin wij 2 Timimoths 2:4 gehoorzamen, geeft aan
waar wij in dit opzicht staan:
verkondig het woord, dring erop aan, gelegen of ongelegen, wederleg, bestraf en bemoedig met
alle lankmoedigheid en onderrichting.
3. In de dorens
De in de dorens gezaaide is hij, die het woord hoort, en de zorg van de wereld en het bedrog
van de rijkdom verstikt het woord en hij wordt onvruchtbaar (Matt. 13:22).
Het zaad dat in de dorens valt, zijn christenen die het woord van het koninkrijk horen, de
boodschap met blijdschap aanvaarden, maar de zorg van de wereld, het bedrog van rijkdom en de
lusten van het leven verstikken het zaad en zij brengen het niet tot vrucht.
Aanvankelijk lijkt het dat zij vrucht zullen dragen, maar de satan gebruikt de wereld om hen
onvruchtbaar te maken. J ohannes zegt hierover:
Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de liefde van
de Vader is niet in hem. Want al wat in de wereld is: de begeerte van het vlees, de begeerte van de
ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld (1 J oh. 2:15,16).
Het probleem met het zaad in de dorens zijn de ogen. Wij moeten ons oog daarbij alleen
gericht hebben op Jezus, en onze aandacht op Hem vestigen, die zulk een tegenspraak van de
zondaren heeft verdragen, opdat we niet door matheid van ziel verslappen (Hebr. 12:2,3).
Problemen komen als we om ons heen kijken en niet naar de Here : zie niet angstig rond, want Ik
ben uw God (J es. 41:10). Petrus zakte in het water toen hij zag op de wind en niet op de Heer
(Matt. 14: 28-31).
Het is van groot belang dat een christen leeft met het einddoel van zijn geloof in gedachte. Hij
heeft zijn blik gericht op J ezus en zijn koninkrijk. Wie zijn oog echter richt op de wereld en haar
begeerte, zal de bevrediging van het hart zoeken in deze wereld. Zon persoon zal dan niet bereid zijn
leven te verliezen voor de Heer. Het gevolg is dat hij beide zal verliezen: de wereld die voorbijgaat en
de beloning van het koninkrijk:
Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen, maar ieder, die het zal
verloren heeft om Mijn wil, die zal het vinden. Want wat zou het een mens baten, als hij de hele
wereld won, maar schade leed aan zijn ziel? (Matt. 16:25,26).
Als we ons oog op de Here Jezus houden, moeten we dat doen in de wetenschap dat Hij
tegenspraak van de zondaren heeft verdragen (Hebr. 12:3).
De uitdrukking Vestigt uw aandacht dan op Hem... in Hebr. 12:3 is interessant in de Griekse
tekst. Het werkwoord aandacht vestigen op is in het Grieks analogizoo, waarvan het Nederlandse
woord analogie is afgeleid. In feite staat er in Hebreen 12:3: Overdenk als parallel, als analogie,
Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen zich heeft verdragen...
Nr. 17 augustus 2004 Het Woord van de Gerechtigheid pagina 7
De paradox van het geestelijk leven is leven en vrucht door de dood.
Als we geen tegenspraak op het woord van het koninkrijk kunnen verdragen, kunnen we gemakkelijk
onvruchtbaar worden voor het koninkrijk. Tegenspraak in de gemeente kan ons door matheid van ziel
doen verslappen.
In J ohannes 9:22 waren de ouders van de blindgeborene bang voor de J oden, omdat zij uit de
synagoge zouden worden gebannen, indien zij zouden belijden dat J ezus de Christus was (J oh. 9:22).
Velen kwamen hier dan ook niet voor uit, want zij waren meer gesteld op de eer van mensen, dan
op de eer God (J oh. 12:42,43). Maar ook tegenspraak van de wereld kan ons verlammen, als het
gaat om de prediking van het evangelie aan de onverloste mens. De exclusiviteit van de Here Jezus
ondervindt vijandigheid in deze wereld en is de druk groot om zich aan te passen. Het gevolg is dat
veel christen toegeven aan tolerantie en zij hun zoutende invloed verliezen.
4. In goede aarde
De in goede aarde gezaaide is hij, die het woord hoort en verstaat, die dan ook vrucht draagt
en oplevert, deels honderd-, deels zestig-, deels dertigvoudig (Matt. 13:23).
Dat in goede aarde, dat zijn zij, die, met een goed en vroom hart het woord gehoord hebbende,
dat vasthouden en vrucht dragen in volharding (Luc. 8:15).
Het geheim van de christen die vruchtdraagt, is een goed en vroom hart dat het woord van het
koninkrijk hoort, verstaat en vasthoudt in volharding.
Het geheim van vruchtdragen is allereerst dat we zien dat het woord van God in het hart van de
gelovige wordt gezaaid. Daarnaast moeten we zien dat het goede zaad ook de kinderen (Gr.
zonen) van het Koninkrijk zijn (Matt. 13:38). Dit verbindt ons direct met J oh. 12:24,25:
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op
zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort. Wie zijn leven liefheeft, maakt dat het
verloren gaat, maar wie zijn leven haat in deze wereld, zal het bewaren ten eeuwigen leven.
Wie zijn leven liefheeft, dat wil zeggen zijn eigen verlangens, plannen en doelstellingen wil volgen,
moet dit alles opzij zetten voor de Here. Wie dit niet doet, zal vanzelfsprekend de wereld zoeken en
het zaad zal blijken in de dorens te zijn gezaaid.
Er is maar n manier om vrucht te dragen: de graankorrel moet in de aarde vallen en sterven. We
moeten de plek van de dood aanvaarden. Alles wat niet verbonden is met Christus, is met Christus
gekruisigd en de werking daarvan moet gedood worden (Rom. 8:13). Paulus schreef: Ik sterf elke
dag (1 Cor. 15:31), waarmee hij aangeeft dat er, behalve eenobjectief aspect van het kruis bestaat,
er ook eensubjectieve werking van het kruis bestaat, waarbij God elke dag situaties geeft waarin wij
onze ziel kunnen verliezen. Zijn we hiertoe bereid? Zijn we bereid om niets in onszelf te zijn, geen
reputatie te hebben, geen indruk te willen maken en ons streven te laten varen om iemand onder de
mensen te willen zijn? Zonder het woord van kruis is er geen vrucht waarvan het woord van het
koninkrijk spreekt (1 Cor. 1:18). Maar wie zijn leven verliest, zal merken dat zijn beperking de weg
opent voor de volheid van de Heer.Dit is de paradox van het geestelijk leven: we ontvangen leven en
dragen vrucht door de dood.