You are on page 1of 11

1

1 Kor. 10, 14-22 Med. HA VB 8-9-13


Wie ben je? (Viering HA)

1. Vloekbrengend (water)?
Toen ik een kind was maakte het bittere water uit Num. 5, grote indruk op me. Het was het water dat een priester een vrouw te drinken moest geven als haar man haar was gaan verdenken van een affaire, zonder dat hij er echt bewijs voor had. Het ritueel met dit drankje bij de priester was dan beslissend. Een Godsoordeel, dat een einde aan de jaloerse gedachten van de man moest maken. Als de vrouw onschuldig was, zou haar niets overkomen van dit vloekbrengende drankje. Maar als ze schuldig was, zou haar buik opzwellen en haar schoot verschrompelen. Een vreselijke omschrijving van voor altijd onvruchtbaar zijn . Zelfs in mijn verbeelding kon ik de bitterheid ervan proeven.

Ik zg haar gewoon voor me, terwijl ze bevend een slok van dit vloekbrengende water nam. Het water dat als een soort OT leugendetector de waarheid aan het licht moest brengen.1 Op de avondmaalszondagen in ons kerkgebouw vroeger, proefde je iets van dezelfde sfeer. Angstige spanning. De ouderlingen waren voor de gelegenheid gekleed in zwart pak met glimmend gepoetste leren lakschoenen eronder. Ze straalden een grote plechtigheid uit. Het was doodstil als ze met krakende schoenen over het linoleum met het brood en de wijn naar de banken liepen. Van dichtbij kon je de trillende handen zien, waarmee sommige mensen het van hen aannamen en aarzelend een slokje namen. Aarzelend zal het geweest zijn, want wie het lichaam niet onderscheid eet en drinkt zichzelf een oordeel.2, zo hadden we het vlak daarvoor nog
1

Numeri 5, 12-31

gehoord bij de voorlezing van het formulier. Dat maakte het avondmaal niet alleen plechtig en heilig, Maar mr dan dat, angstig. Net zoals dat vloekbrengende water uit Numeri 5. Je wilde je zelf toch geen oordeel eten en drinken. Later begreep ik dat dit oordeel voor heel wat christenen een reden is om juist niet aan het avondmaal te gaan. Ja, dze waarschuwing voor het oordeel, heeft voor een hele groep christenen bijna mr invloed, dan de opdracht van de Heer Jezus om het avondmaal juist wel te vieren: doe dit om mij te herdenken3 Ik heb er heel wat gesprekken over gevoerd, vaak met zeer oprechte christenen, die toch grote aarzelingen hebben om aan het avondmaal aan te gaan.

2 3

1 Cor. 11, 27-29 1 Cor. 11, 24

En hoeveel van ons zouden er aan het avondmaal gaan, met een brok in de keel omdat ze juist dan bang worden voor het oordeel juist aan het Avondmaal. Er is nog zoveel zonde en tekort in ons leven over. Stel je eens voor dat avondmaal een verkeerde uitwerking op me zal hebben! Het mooie van het Avondmaal gaat nogal eens verloren in schuld, schaamte en de angst voor het oordeel.

De bemoediging van het HA?


Kn de viering van het avondmaal ons op deze manier eigenlijk wel bemoedigen? Het gaat toch vooral over onze zonde? O ja, onze Heer Jezus is voor onze zonden gestorven. En het brood en de wijn brengen ons terug naar de heuvel Golgotha bij Jeruzalem waar de Heer Jezus bloedend voor ons aan het kruis hing. Dat is ook voor onze generatie gelovigen maar al te nodig. Maar in deze tekst begrijpen we dat brood en wijn mr dan dat betekenen.

De wijn in de beker en het brood op het bord maken ons duidelijk, schrijft Paulus ons, dat we sinds Golgotha n zijn met het bloed en lichaam van Christus. Laten de betekenis hiervan tot je door dringen Hier aan tafel wordt duidelijk dat we niet alleen verbonden zijn met Jezus dood op Golgotha maar sinds die tijd ook met zijn leven n zijn opstanding uit het graf. Volkomen met de Heer Jezus verbonden in een nieuw leven los van zonde en dood. Je mag zeggen: In mij klopt het hart van de Heer, in mij stroomt zijn bloed en in mij woont zijn Geest. En dan zeg je het nog niet goed. Het is beter om te zeggen: in ns klopt het hart van de Heer, in ns stroomt het bloed van de Heer en in ns woont de Geest van de Heer. Want de verlossing van het nieuwe leven waarin we samen delen, maakt ons lotgenoten in de verwachting van een vrolijke toekomst. We eten immers samen van n brood. Denk je dat eens in! Dat is wat!

Je hoort wel eens van autos die terug worden geroepen naar de fabriek om een mankement te repareren. De Heer Jezus roept ons steeds weer terug aan tafel om ons duidelijk te maken wie we eigenlijk zijn. Het gaat in het avondmaal niet om het oordeel, maar juist om de verlossing. En niet om onze zonde maar om het nieuwe leven daarna. Niet om het leven zoals het nu is, maar om de verwachting van het Koninkrijk die we samen delen. Ieder avondmaal maakt de Heer ons opnieuw duidelijk wie we zijn!

4. Wie ben je?


Als iemand je vraagt te omschrijven wie je bent, wat zeg je dan? Beschrijf je jezelf als een typische zoon van je vader, als de beste van de klas. of als voor alles de sportieve turnster, of het middelpunt van je vriendengroep. Of in de eerste plaats moeder, of de man van je vrouw of directeur van je bedrijf. Wie ben je, volgens je zelf? En wie ben je in de ogen van de ander?

Of zie je zelf vooral als diegene zonder baan, of als nog steeds alleen, of als eenzaam, of te zondig om nog op vergeving te mogen rekenen, of als een mens die niets meer te verwachten heeft en teleurgesteld is in het leven? Wie ben je? En als je denkt aan je leven de afgelopen tijd? Als wat voor mens heb je geleefd? Waar ben je vr alles mee druk geweest? Waar heb je je geluk gezocht? In het verdienen van je geld, in de voldoening die je werk je geeft, in het vakantievieren, in je hobbys, in je vrienden, of dacht je dat een nieuwe liefde je het geluk zal brengen? Natuurlijk daar ben je ook mee bezig geweest, maar wat is het belangrijkste waar je je tijd en je geld aan besteed hebt? Als wat voor mens heb je geleefd? Ieder avondmaal zegt Jezus je opnieuw wie je bent! Jij bent Mij, zegt Hij, mijn vlees en bloed. En in mij samen met je broers en zussen verwacht je het Koninkrijk. Vergeet het niet: jij bent Mij! Jullie zijn Mij!

Dat legt de volgende vraag bij je neer: heb ik dan ook als Jezus geleefd? Heb ik geleefd in de verwachting van het Koninkrijk. Heb ik gezocht naar de wil van mijn Vader. Waar heb ik vooral in genvesteerd? Wie was ik in de ogen van mijn medemensen? Dat was in Paulus dagen ook een probleem. Want hij herinnert zijn lezers aan wie ze zijn omdat ze zich gedragen als mensen die heel anders zijn dan verbonden met Jezus. Mensen , die gezien worden in afgodstempels en als deelnemers aan afgodsmaaltijden met aan hen gewijd voedsel. Misschien wel om er gewoon bij te horen! Om te kunnen netwerken. Hoe kun je daaraan meedoen als je n bent Christus, schrijft Pauls hen In de invloedsfeer van de afgoden, de invloedsfeer van demonen, verbind je je zelf met hen, terwijl je n bent met Christus. Hoe kan dat? Broers en zussen, voor ons is het niet anders. Als wij bij Jezus horen is dit dan te merken aan de indruk die we op onze omgeving maken.

Vertaal het maar naar de afgoden van onze tijd zoals geld, roem en genot. Waar waren wij te vinden de afgelopen maanden? Bij Jezus of bij de afgoden? Of probeerden we deze twee te combineren?

10

En toch broers en zussen, Kom toch wel naar dit avondmaal! Luister naar de opdracht van je Heer. Alleen als je het niet meent, ga dan niet, maat juist wel als je nog zondigt en daar spijt van hebt. Je Heer wil je er geen oordeel mee laten drinken. Het is niet zoals het bittere water, een griezelig medicijn dat een verkeerde uitwerking op zondige mensen heeft. Je Heer wil je er niet mee aan de vloek herinneren, maar juist aan de verlossing. Aan wie je sinds die tijd bent. Hij wil je opnieuw op het spoor brengen Nee, in het avondmaal bemoedigt je Heer je: kom bij Mij aan tafel en besef opnieuw wie je bent. Met huid en haar met mij verbonden. Opgestaan voor een nieuw leven in de verwachting van het Koninkrijk.

Weet wie je bent en put daaruit nieuwe moed: streef allereerst naar dat Koninkrijk waarvoor je opnieuw in de weg bent gelegd. Daarvoor ben je immers opnieuw geboren! En besef dat je al het andere dat je nodig hebt en waar je soms zo druk mee bent er van mij bij zult krijgen Houdt moed. Amen

11