You are on page 1of 1

Week 27, Woensdag 6 juli 2011

Het Kanaal

pagina 29

19e

Blad TV Tour

De Kleine Tour, de Eeuwige Roem en het Grote Geld

ontcharra is een lief klein plaatsje in de Franse Alpen. Verder niet zo bijzonder. Geen noemenswaardige bezienswaardigheden, voor zover mij bekend. Of het zou het riviertje moeten zijn dat er doorheen loopt en gek genoeg de Breda heet. Ja, echt waar.

De zon schijnt, het is heerlijk weer en hier start vandaag een etappe van wat wel De Kleine Tour de France wordt genoemd: het Critrium du Dauphin. Vroeger heette dat de Dauphin Libr. Waarom dat ineens anders moest heten is mij een raadsel, maar t is zo. Hoe dan ook: al sinds jaar en dag geldt de Dauphin als d ideale voorbereidingswedstrijd op de Tour de France. Immers: er zitten altijd al een paar stevige bergritten in n een lange tijdrit. Zo ook deze keer. De renners gaan vandaag bijvoorbeeld over de Col de Glandon/Croix de Fer en eindigen op La Toussuire, waar de afgelopen jaren nog een Touretappe finishte. En gisteren gingen ze over de Grand Cucheron en finishten op de Collet dAllevard. Geen kleinigheid. De Franse en Nederlandse media kloppen de Dauphin dan ook behoorlijk op in hun berichtgeving. Een beetje overdreven is dat wel, want eerlijk gezegd: zo groot is die koers nu ook weer niet. Een reclamekaravaan? Hebben ze niet. Amusement rondom de wedstrijd? Is er vrijwel niet. Een eenzame accordeonspeler zorgt deze voormiddag in Pontcharra voor het enige vermaak. Naast de natuurlijk alom aanwezige speaker Daniel Mangeas. Want die hebben ze wel, in de Dauphin. Net als in de Tour houdt hij geen seconde zn mond. En dus zou je soms willen dat spontaan de stroom uitviel

Kanaal-hoofdredacteur Peter Schilthuizen is een verstokte wielerliefhebber. Hij is geen cijfertjes- en uitslagenman, maar is vooral genteresseerd in alles wat er zich rondom het wielrennen afspeelt. Van zijn hand verscheen een viertal boeken vol wielerverhalen. En tijdens deze Blad TV Tour komt hij in Tandje terug met een aantal beschouwingen over de wielersport in het algemeen en de Tour in het bijzonder.

Samen gaan ze op de foto met een Tukker die de twee streekgenoten heeft ontdekt. Jongens, nu moeten we naar de streep, anders zijn we te laat, waarschuwt Gesink zijn collegas Posthuma en de Duitser Fabian Wegmann, die zich bij hen heeft aangesloten. En weg is het trio. De meeste renners hebben absoluut geen haast om weg te komen. De Rus Vladimir Karpets staat op zn gemak wat fotos te signeren van een verzamelaar met een indrukwekkende stapel. De Colombiaan Uran trekt een gekke bek als ik hem op de foto wil zetten. Een ongeschoren Karsten Kroon peddelt op zn dooie akkertje naar de

de heren bovenop de slotberg aankomen. Dat laatste doen ze ook in de Grote Tour. Maar verder is alles daar anders. De Grote Tour de France is stress. Voor renners, voor volgers en soms zelfs voor het publiek. De Grote Tour de France dat is: massale publieke belangstelling. Ongelofelijk veel media-aandacht en dus belachelijk veel aanwezige pers. Honderden fotografen en duizenden journalisten. De Grote Tour dat is dringen, wachten, vluchten, rennen, vliegen, vallen, duiken en weer opstaan. De Grote Tour dat is gekte. De Grote Tour dat is commercie die het wint van sportiviteit. De Grote Tour dat is reclame, reclame en nog eens reclame. De Grote Tour dat is hekken, overal hekken. En pasjes, voor tribunes, VIP-dorpen, afgezette wegen, commercile zones en wat al niet. De Grote Tour dat is files, eindeloze files. Nerveuze gendarmes die wegen afzetten als dat nog niet nodig lijkt en publiek van de weg af jagen. De Grote Tour dat is voor renners en volgers lange verplaatsingen naar ver van de finish of de start gelegen hotels. Laat naar bed en weer vroeg op. En altijd weer gezeik over doping. Nee, ik weet zeker dat de meeste renners die kleine Tour veel leuker vinden om te rijden. Maar het belangrijkste verschil tussen die lieve Dauphin en die keiharde Tour de France is vooral de beloning. Over drie weken is behalve de winnaar zelf iedereen vergeten wie dit jaar ook al weer de Dauphin won. De Tour vaagt alle herinnering aan andere wedstrijden weg. Wie in de Tour een etappe of een klassement wint of zich op het erepodium rijdt, vergaart de Eeuwige Roem en... is binnen voor de rest van het jaar. Hem wachten na afloop van de Tour ook de criteriums in Nederland, Belgi, Frankrijk en Duitsland. Met startgelden die oplopen tot wel 100.000 euro voor de besten. De Tourwinnaar krijgt als prijs 450.000 euro. Het grote geld dus. Zijn salaris zal komend jaar aanzienlijk hoger zijn, bestaande contracten worden er voor opengebroken. En wielrennen is toch in de eerste plaats een beroep waarbij de deelnemers ook financieel streven naar het hoogst haalbare. Er wordt juist daarom ook harder gereden dan waar ook. want er is meer te verdienen dan waar ook. Het blijft een heerlijke ratrace...

Verder is de sfeer vooral landerig, loom, vriendelijk, gezellig, ongedwongen en alles behalve spannend. Daar staan Robert Gesink en Joost Posthuma een praatje te maken bij de bus van de Leopard-ploeg. Ze hebben allebei het startblad al getekend en zijn teruggereden naar de bussen, die allemaal keurig op een rijtje langs twee kantjes van een weg staan. Het publiek, verzorgers en renners krioelen er vrolijk kwebbelend tussendoor. Sil vous plait! klinkt een piepstemmetje. De Australir Cadel Evans, hier gewoon zonder bodyguards, baant zich een weg naar het startpodium. Jullie gaan toch niet meteen zo tekeer als gisteren, h? informeert Joost Posthuma enigszins ongerust bij zijn landgenoot van de Rabobank-ploeg. Robert Gesink glimlacht. Hij is in topvorm. Aan zn grijns te zien zou hij dat het liefst laten zien en de hele boel aan gort rijden. Maar hij houdt zich in. In juli moet hij er pas echt staan. Als er een groepje wegrijdt, ga ik niet mee. Maar als het aan het eind nog bij elkaar is, gaan we er nog even tegenaan, verklapt hij aan Posthuma. Die lijkt gerustgesteld.

De Grote Tour dat is dringen, wachten, vluchten, rennen, vliegen, vallen, duiken en weer opstaan. De Grote Tour dat is gekte. De Grote Tour dat is commercie die het wint van sportiviteit
startstreep. Thomas Voeckler poseert uitgebreid voor de camera met een dame op leeftijd die samen met haar kleindochter door opa worden gekiekt. Een Lampre-renner zoekt een boom om nog even uitgebreid wild te plassen en het meisje in het gele pak van de tijdwaarneming zit nog niet eens achterop de motor maar loopt nog vrolijk rond. Met een gele helm op, dat wel. Haar motorrijder leest de krant van vanochtend. De Dauphin uiteraard. Als het hele spul zich dan eindelijk bij de startstreep verzameld heeft en samen de laatste roddels uit het peloton heeft doorgenomen, klinkt eindelijk een startschot en zet de karavaan zich traag in beweging. De bussen nemen een andere route om straks weer aan de finish te staan als